Elites
Een
korte inleiding rond de begrippen adel,
patriciaat en elite.
In het
kader van ons werk houden wij ons, naast
de geschiedenis en genealogie van willekeurige
families, ook bezig met elites, dat wil
zeggen met families die behoren tot de
maatschappelijke bovenlaag van de bevolking.
Daarom lijkt het nuttig daaraan op deze
site ook apart aandacht aan te besteden.
De bovenlaag omvat onder meer adel en
patriciaat. Adeldom plaatsen wij in een
ruimer kader, dan de website van de Hoge
Raad van Adel dat doet. Hieronder wordt
getracht een duidelijker beeld te schetsen
en een en ander nader toe te lichten.
Elke
samenleving kent een zekere gelaagdheid,
de bovenlaag van de bevolking zou men
kunnen aanduiden met het begrip elite.
Elites bestaan niet alleen uit mensen
die in de politiek, de televisie of de
sport op de voorgrond treden, maar is
ruimer te definiëren. Namelijk mensen
die door hun positie een vooraanstaande
of verdienstelijke rol in de samenleving
vervullen. Wij denken hier naast de politiek
aan de overheid, de cultuur, de rechterlijke
macht, het bedrijfsleven, het religieuze
leven enzovoorts.
Om enig
begrip van de bovenlaag van de Nederlandse
samenleving van nu te krijgen is het noodzakelijk
naar de geschiedenis van ons land te kijken.
Ten tijde van de Republiek der Verenigde
Nederlanden (1581-1795) en daarvoor, zag
de samenleving er heel anders uit dan
tegenwoordig.
De elites werden onder meer gevormd door
de bestuurders der stemhebbende steden,
de predikanten, de intellectuelen (hoogleraren
en anderen binnen het onderwijs), de grote
kooplieden en hogere functionarissen der
V.O.C., de (land-) adel en niet te vergeten
de stadhouder en diens hovelingen, alsmede
de verwantenkring van al deze mensen.
 |
 |
 |
 |
 |
|
Koninklijke
Kroon |
Graaf
Gravin |
Baron
Barones |
Ridder
Jonkheer Jonkvrouw
|
Patriciërs
Kroon |
Na de Bataafse Omwenteling
eind 18e eeuw, kwam hier in de 19e eeuw
allengs verandering in door het ontstaan
van het Koninkrijk. Er werd een nieuwe
adel gecreëerd, die in de periode
1813-1848 een staatsrechtelijke positie
bekleedde. Deze nieuwe adel werd onder
andere gerekruteerd uit leden van families
die ook ten tijde van de Republiek als
adellijk werden aangemerkt en uit leden
van regentenfamilies. Dit geschiedde aanvankelijk
door benoeming van personen door de Koning
in de nieuw ingestelde Ridderschappen
– dat waren een soort kiescolleges
- en verder door verheffing, erkenning
en inlijving.
De Koning benoemde de leden van de Eerste
Kamer der Staten-Generaal tot 1848.
Na 1848
ontstond er een nieuwe situatie door de
wijziging van de Grondwet die tot stand
kwam door de Commissie tot grondwetsherziening
onder voorzitterschap van Prof. Dr. Johan
Rudolph Thorbecke 1).
De adel verloor toen zijn staatsrechtelijke
positie maar bleef wel bestaan en werd
ook nog aangevuld door nieuwe families
en personen, meestal op eigen verzoek.
Het is in Nederland nooit gekomen tot
een consequent en consistent adelsbeleid.
Zo'n beleid houdt natuurlijk meer in dan
de regels die men toepaste ten aanzien
van verzoeken tot opneming in de Nederlandse
adel. Met andere woorden, de bovenlaag
van de bevolking viel en valt bij lange
na niet samen met de adel.
In de periode
1848-1917 werden de leden van de Eerste
Kamer der Staten-Generaal gekozen uit
de hoogstaangeslagenen in 's Rijks directe
belastingen 2).
Iemands gegoedheid speelde in die periode
dus staatsrechtelijk gezien een grote
rol.
De periode na 1919 tot
vandaag de dag wordt in politieke zin
gekenmerkt door het aantal stemmen. Tot
rond 1970 werd deze periode mede gekenmerkt
door de verzuiling, die nadien van ondergeschikte
betekenis is geworden.
De moderne
tijd wordt meer gekarakteriseerd door
de meritocratie. Of iemand tot de elites
gerekend wordt, hangt steeds meer samen
met iemands persoonlijke verdienste. Wat
niet wil zeggen, dat het behoren tot een
bepaalde kring door geboorte van geen
betekenis meer zou zijn. De sociologische
onderzoeken van de laatste jaren hebben
het tegendeel daarvan juist aangetoond.
Begrip Adeldom
Het vraagstuk van de elites en elitevorming
is weer actueel geworden en niet alleen
in het sociologisch onderzoek. De Wet
op de adeldom die op 1 augustus 1994 in
werking is getreden, heeft de Nederlandse
adel ‘gejuridificeerd’ 3).
Het lijkt op deze plaats handzaam de volgende
definitie van het begrip adeldom in onze
tijd te hanteren:
Adeldom houdt in, dat door middel
van een titel of predicaat wordt aangeduid,
dat de betrokken persoon voorouders heeft
die deel uitmaakten van de sociaalcultureel-maatschappelijke
bovenlaag van de bevolking oftewel de
elites van het land, c.q. dat hij of zij
daar thans zelf toe behoort.
Begrip
patriciaat
Op
dezelfde wijze trachten wij een definitie
te geven van het begrip ‘patriciaat’
in onze tijd; deze luidt:
Het behoren tot het patriciaat houdt
in, dat daarmee wordt aangeduid, dat de
betrokken persoon voorouders heeft die
deel uitmaakten van de sociaalcultureel-maatschappelijke
bovenlaag van de bevolking oftewel de
elites van het land, c.q. dat hij of zij
daar thans zelf toe behoort.
Men ziet
dat de definities vrijwel op hetzelfde
neerkomen, het enige onderscheid is, dat
het patriciaat geen officiële erkenning
van overheidswege heeft, terwijl de adel
dat wél heeft. Feitelijk zou men
uitgaande van deze definitie kunnen stellen,
dat het ‘patriciaat’ een zelf
gegenereerde adel is, en sociaal cultureel
gezien geheel identiek is aan de adel.
Te vergelijken met wat de Fransen de ‘noblesse
graduelle’ noemen. 4)
De vraag in dit kader
is echter hoe het begrip elite moet worden
omschreven.
Begrip
elite
Trachten wij te komen tot een heldere
begripsomschrijving van elite dan kan
men die als volgt definiëren 5):
de elite bestaat uit families die
gedurende drie opvolgende generaties op
locaal, regionaal of nationaal niveau
behoorden tot de top van de politiek,
het bestuur, de ondernemers, de kunst,
de cultuur of de wetenschap, en personen
die zelf tot deze top behoren.
Boekstaving
In
het laatste kwart van de 19e eeuw werd
begonnen met de boekstaving van deze bovenlaag.
Rond 1880 werden grote prachtig verzorgde
folianten gepubliceerd met genealogische
overzichten van bekende geslachten, geïllustreerd
met in kleur gedrukte familiewapens. De
toen tot de adel behorende families werden
gepubliceerd door J.B. Rietstap in Wapenboek
van den Nederlanschen Adel (Groningen
1883-1887, in twee delen); terwijl patricische
families werden gepubliceerd door A.A.
Vorsterman van Oyen in Stam- en Wapenboek
van aanzienlijke Nederlandsche familiën
(Groningen 1885-1890, in drie delen).
Het spreekt haast vanzelf, dat deze werken
geen volledig overzicht geven van de toenmalige
elites van het land.
Begin
20e eeuw begon men, mogelijk in navolging
van de beroemde Almanach de Gotha, in
Nederland met de thans nog steeds bestaande
series: Nederland's Adelsboek (het zogenaamde
'Rode Boekje') en Nederland's Patriciaat
(het zogenaamde 'Blauwe Boekje'). In deze
vrijwel elk jaar respectievelijk sedert
1903 en 1910 verschijnende jaarboeken,
worden de adel en het patriciaat beschreven.
Sociaal gezien vormen adel en patriciaat
een groep van vergelijkbare families qua
status en maatschappelijk aanzien. Ook
Nederland's Adelsboek en Nederland's Patriciaat
samen bieden bij lange na geen volledig
overzicht van de bovenlaag van de bevolking.
Naar
aanleiding van de, in veler ogen ondemocratische,
Wet op de adeldom zijn talloze procedures
door belanghebbenden gevoerd tegen het
beleid van de overheid. De omschrijving
die door de wetgever ten aanzien van adeldom
wordt gehanteerd, als zijnde historisch
instituut, lijkt op zijn minst aanvechtbaar.
Het instituut van de adeldom is immers
door de Wet op de adeldom juist heel modern
geworden doordat buiten het huwelijk geboren
kinderen en adoptiefkinderen de adeldom
van de vader krijgen. Voorts is het onjuist
te stellen, dat het enige rechtsgevolg
van het behoren tot de Nederlandse adel
is dat men een adellijk predikaat of adellijke
titel mag voeren.
Er zijn
nog verschillende andere rechtsgevolgen
onder meer, dat men zijn naam niet mag
wijzigen, zoals dat aan elke andere Nederlandse
staatsburger wel is toegestaan.
De Wet op de adeldom is discriminatoir
in die zin, dat mensen die niet tot de
adel behoren, maar wel tot dezelfde sociale
groep, niet tot de adel worden toegelaten,
terwijl leden van het Koninklijk huis
nog wel geadeld kunnen worden. Het argument,
dat het Koninklijk huis toch iets anders
is, dan de gewone burger, snijdt geen
hout. De leden van het Koninklijk huis
zijn immers onderhevig aan precies dezelfde
wetten als elke andere Nederlandse staatsburger.
Een netelige kwestie schijnt voor sommigen
in deze tijd ook nog de overgang van adeldom
in de vrouwelijke lijn te zijn. Dat is
wonderlijk aangezien wederom ons Koninklijk
Huis juist daarvan een probleemloos voorbeeld
vormt. Des te verbazingwekkender is de
weerstand er tegen in het licht van de
emancipatie van de vrouw. Bovendien moet
de rol van de vrouw zeker waar het de
overdracht van de cultuur op de kinderen
betreft niet onderschat worden. De bekende
Thomas de Rouck wijdt in zijn boek Den
Nederlandschen Herauld dat in 1645 verscheen
het negende hoofdstuk aan de overgang
van adeldom in de vrouwelijke lijn: Van
den Edeldom van 's Moeders weghen, bladzijde
360 e.v. De Rouck komt tot de conclusie
dat overgang van adeldom in de vrouwelijke
lijn de meest natuurlijke zaak is.
Al met
al kan worden geconcludeerd, dat het zich
bezig houden in de vorm van studie, politiek
engagement of anderszins met elitevorming
en wat daarmee samenhangt nog altijd actueel
is.
Belangstellenden
vinden in de werken van C.E.G. ten Houte
de Lange over de geslachten Berg, Collot
d'Escury, De Lange, De Savornin Lohman
nadere uiteenzettingen met betrekking
tot deze materie. Voor de afzonderlijke
titels wordt verwezen naar de pagina Publicaties.
In De Nederlandsche Leeuw van december
2005 wordt door Mr.Dr. V.A.M. van der
Burg en C.E.G. ten Houte de Lange een
stuk gepubliceerd, dat uitvoeriger op
de boekstaving van elites ingaat dan het
hierboven geboden stuk, mede als reactie
op het hieronder vermelde artikel van
Mr. Koningsberger.
Tenslotte
bevelen wij de interessante artikelen
onder meer over adeldom, elites en genealogiebeoefening
in het Jaarboek van het Centraal Bureau
voor Genealogie 2005, deel 59 van harte
aan.
Een
beknopte lijst van enige recente publicaties
volgt hieronder:
| - |
V.A.M.
van der Burg, Het adelsbeleid sedert
1980 vanuit het perspectief van de
wetgever en de rechter, in Virtus
10 Jaarboek voor adelsgeschiedenis,
Westervoort, 2003, p. 200-205. [ISBN
90-75879-229]. |
| - |
R.P.N.
Coenraad, Het Nederlandse adelsrecht,
Een staatsrechtelijk overzicht van
het vigerende adelsrecht, in Virtus
11 Jaarboek voor adelsgeschiedenis,
Westervoort, 2004, p. 118-171. [ISBN
90-75879-318]. |
| - |
Jaap
Dronkers en Huibert Schijf, van de
publieke naar de culturele of economische
sector? Een vergelijking tussen de
Nederlandse adel en het patriciaat
in de twintigste eeuw, in Virtus 11
Jaarboek voor adelsgeschiedenis, Westervoort,
2004, p. 104-117. [ISBN 90-75879-318]. |
| - |
Meindert
Fennema en Huibert Schijff (red.),
Nederlandse elites in de twintigste
Eeuw: continuïteit en verandering,
Amsterdam 2004 [ISBN 90-5356-649-X]. |
| - |
Dorine
Hermans & Daniela Hooghiemstra,
De schoonfamilie, z.pl., 2005 [ISBN
90-459-5142-3]. |
| - |
Mr.
V.J. Koningsberger, De wenselijkheid
van verdere boekstaving van ‘aanzienlijke’
geslachten in Nederland’s Patriciaat,
in De Nederlandsche Leeuw CXXII van
juni 2005, kol. 155-166. |
| - |
Rob
van der Laarse, Van Goeden Huize,
elite in en rondom Alkmaar in de negentiende
eeuw, Alkmaar, 2001. [ISBN 90-806806-1-3]. |
| - |
R.G. de Neve, Regenten, aristocratisering
en genealogie, in Virtus 10 Jaarboek
voor adelsgeschiedenis, Westervoort,
2003, p. 122-150. [ISBN 90-75879-229]. |
| - |
Mr.
O. Schutte, Genealogische analyse
van 57 jaargangen Nederland’s
Patriciaat: 1910-1971, in Jaarboek
van het Centraal Bureau voor Genealogie,
1973, deel 27, p. 255-277. |
1)
Nederland's Patriciaat 3 (1912) en 70,
p. 357 (1986).
2) Mr. Dr. V.A.M. van
der Burg en C.E.G. ten Houte de Lange,
De hoogstaangeslagenen in 's Rijks directe
belastingen 1848-1917, De verkiesbaren
der Eerste Kamer der Staten-Generaal,
Rotterdam 2004.
3) Virtus, Jaarboek voor
adelsgeschiedenis, 10, 2003, Het Nederlandse
adelsbeleid sedert 1980 vanuit het perspectief
van de wetgever en de rechter, door Mr.Dr.
V.A.M. van der Burg, p. 200-205;
C.E.G.
ten Houte de Lange, De familie De Savornin
Lohman, Genealogie en geschiedenis van
het geslacht Lohman en De Savornin Lohman,
’s-Gravenhage 2002, p. 44-58.
4) C.E.G.ten Houte de
Lange, Het geslacht Collot d’Escury
1580-1993, ’s-Gravenhage 1993, bevat
een overzicht van de manieren waarop men
in Frankrijk tot de adel kon gaan behoren.
5) Wij sluiten ons
hierbij aan bij het Engelse gezegde: “It
takes three generations to make a gentleman.”